Het voorgaande vind je hier.

 

Het is mij nog altijd niet duidelijk hoe ik exact de dag ben doorgekomen. Maar het is mij gelukt. Ik heb zelfs nog flink wat werk verzet, waarschijnlijk onder het motto “hoe harder ik werk, hoe minder ik aan andere dingen denk”. En tegen de tijd dat ik de deur naar mijn appartement opendeed en mijn koele woonkamer binnenstapte, leek ook ikzelf afgekoeld. Leek, want ergens in mijn brandde er nog altijd een vuurtje dat bij elke referentie aan hem hevig opflakkerde. Een man in de krant met dezelfde voornaam, de naam van ons vroeger, gemeenschappelijk werk die per toeval in het nieuws voorbijkwam… alles, alles herinnert me aan hem.

Dan zet je gewoon alles uit, meisje, zei ik tegen mezelf. Ik deed de hond zijn leiband aan, koos een paar comfy sneakers en stapte weer naar buiten. Het was koud maar er was vrij weinig wind en ik wist dat ik het snel warm zou hebben als ik goed doorstapte. De hond deelde blijkbaar mijn mening en we begonnen door de straten te lopen, zonder een duidelijk afgebakend doel. Ik woon hier al enkele jaren maar ik ken mijn weg nog altijd niet goed. Op avonden dat ik mij wil verliezen, zwerf ik gewoon rond in de buurt. Naar links, naar rechts, rechtdoor, weer een paar keer afdraaien… tot ik op een punt kom dat ik herken en waarlangs ik weer naar huis kan lopen.

En vanavond was een perfecte avond om dat te doen. Ik was alleen één ding vergeten. Eén ding, dat ik pas besefte toen het al te laat was. Toen ik mijn handtas zacht voelde trillen. Ik was mijn gsm vergeten uit te zetten. Omdat nieuwsgierigheid nog altijd sterker is dan ikzelf, keek ik dus meteen naar het bericht dat op het schermpje verscheen. Bruusk stopte ik. De hond keek een beetje verongelijkt. “Hey prinses. Fijn om je nog ‘ns gezien te hebben vandaag. Ik hoop dat ik snel weer in je mooie ogen mag kijken. xx”

Ademen meisje, gewoon blijven ademen. Ik draaide me een kwartslag en leunde met mijn rug tegen een anonieme gevel. Diep in- en uitademend sloot ik mijn ogen en probeerde ik mijn ademhaling onder controle te krijgen. Hoe kan het? Hoe kan het dat hij zo’n effect heeft op mij? Zonder dat ik hem echt ken? Zelfs zonder dat hij echt mijn type is?

Ik hoor een zacht gejank aan mijn voeten en de leiband beweegt wat. De hond is het stilzitten beu. Ik kniel even naast hem neer en geef hem een knuffel. “Je hebt gelijk makker, het vrouwtje moet niet zo dramatisch doen. Kom, we gaan naar huis.”


Raar

10Nov09

Oké, misschien heb ik gewoon te veel ‘Bones’ gezien, maar vanochtend (ik dommelde even terug in), heb ik een rare droom gehad. Maar echt raar! Ik weet normaal gezien nooit nog waarover ik heb gedroomd, maar nu werd ik heel verrast wakker. In mijn droom was ik bij mijn ouders, het was overdag en ik stond mij op te maken, toen er een vriend van mijn binnenkwam.

Hij kwam naar mij en vroeg mij of het ging, op deze eerste november. En ik zei ja, ja het gaat wel, maar ik voelde wel ergens een steek van emotionele pijn. En toen keek ik naar hem en hij naar mij en ik kon er niks aan doen, maar ik moest mijn ogen neerslaan. En toen stak hij zijn armen uit en trok hij mij tegen zich aan – niet superdicht - in zo een guy hug.

Nu is dat niet het meest rare aan mijn droom, ik ben mij gewoon de hele tijd al aan’t afvragen welke (nare) herinnering ik kan hebben aan een eerste november. Allerheiligen is het niet, daar ben ik zeker van. Zo voelde het ook niet. Het voelde als “het uitmaken met uw lief” ofzo, maar dat kan het niet geweest zijn. Zelfs geen kalverliefje in mijn jonge tienerjaren. Geen eerste november daar.

In mijn hoofd ben ik ook al alle mogelijke situaties met de vriend uit de droom afgegaan, maar ook daar vind ik niks dat refereert aan 1 november. De enige datum dat ik exact kan pinnen is een 21 juli van jaren geleden, en die herinnering is fantastisch. Maar 1 november? Neen, ik weet het niet.

 

(en ja, ik weet wel dat het maar een droom is en dat ik daar niks achter moet zoeken, maar waarom specifiek die datum ??)


Ze vergeet verjaardagen. Ze vergeet afspraken. Ze vergeet dat ze beloofd had te bellen. Ze kan nooit op de afspraak zijn als ik iets wil gaan doen, maar ze gaat er wel van uit dat ik kan als zij iets wilt gaan doen. Ze heeft haar deeltje van de kosten voor water en elektriciteit (voor dat half jaar dat ze bij mij heeft gewoond) nog altijd niet terugbetaald en ze vergeet dat ook pertinent. Maar als ze mij zaterdagnacht - nog voor haar lippen de mijne raken in een zachte afscheidskus – een knuffel geeft, en haar greep op mijn versterkt omdat ze voelt dat ik harder knijp omdat ik het harder nodig heb, dan weet ik dat J een vriendin uit de duizend is.

P.S.: Ik vind knuffel in deze betekenis eigenlijk geen mooi woord. Misschien omdat het mij aan een pluche knuffeldier doet denken? ‘k Weet het niet. Bestaat er in’t Nederlands een ander woord voor het zelfstandig naamwoord van ‘mekaar eens goed vastpakken’?

P.S.2: Ja wij kussen elkaar braaf op de mond ja. Dat is al jaren zo. En daar is niks raar aan binnen onze vriendenkring.


Obscure semi-underground concertjes van lokale helden zijn niet echt mijn ding, maar kom. Ze is een collega en heel goede vriendin en ze vroeg het zo lief, dus belandde ik zaterdagavond een dorp verder in een veel te klein veel te oud zaaltje om te luisteren naar een groepje uit mijn Dorpje. Ze waren zelfs goed, moet ik toegeven, ondanks het feit dat we ons op het verkeerde moment net te dicht bij de mosh pit bevonden en ik halfweg de avond al plakte van het bier, en er ongetwijfeld ook naar stonk.

En ineens zag ik hem staan. Ik had hem al eerder zien staan, maar toen was mijn frank niet gevallen. Tot ik zijn broer zag. En hij zich omdraaide en ik de kleine plug in zijn linkeroor kon zien. Jaja, hij was het, de kerel die vlak voor mijn vertrek naar Senegal mijn nummer had gevraagd, maar waar nooit iets van gekomen was. Zou ik iets tegen hem gaan zeggen?

In het gewoel was ik hem kwijt nog voor ik een beslissing kon nemen, maar wat later vond hij mij weer. Hij zei goeiedag, excuseerde zich omdat hij niks meer van zich had laten horen en vroeg naar mijn vakantie. En zei dat hij nog naar Dorpje zou komen na het optreden, omdat ik hem vertelde dat dat mijn plan was. Bon, tot zover. Hij zag er goed uit, heel goed eigenlijk, maar er was niks. Geen klik. Al na drie woorden besliste ik dat het nooit wat zou worden, een beslissing die nog eens werd bevestigd toen hij veel te dronken en wild armzwaaiend later op de avond nog wat tegen mij kwam leuteren. Dit terzijde.

In Dorpje bleek er later die nacht minder te doen dan gehoopt. Het gezellige café waar er discobar was, was halfleeg en ik kende er niemand, dus belandde ik al snel in de homobar, waar mijn beste vriend G en vriendin J waren, samen met nog wat kennissen. De muziek was goed, de sfeer ook, de travestie-act lollig, maar tegen drie uur begon ik moe te worden. En een beetje lastig. Ik heb dat soms als ik moe ben, dat ik lastig word. En in dit geval was het helemaal niet verwonderlijk. Ik heb een vrij zware week gehad en was ook al heel de zaterdag op pad, te beginnen om 8u ’s morgens omdat ik een uur later een uur verderop in de les moest zitten (en het was vrijdagnacht nu ook niet bepaald vroeg geweest, met alle gevolgen vandien).

In elk geval, ik zei mijn goeienachten en ik vertrok. En net in de deuropening kwam ik hem tegen. En of ik toch nog niet wilde blijven en nog eentje wilde drinken. En natuurlijk gaf ik toe, natuurlijk gaf ik in (“nog eentje dan”). Want hij zag er echt wel leuk uit, dat was niet veranderd. G – zowat stomdronken – kwam veel te dicht bij mij staan dansen en fluisterde in mijn oor “die is ZO lekker” en ik lachte. Wat later kwam diezelfde G – nog altijd stomdronken – in mijn oor fluisteren dat hij blijkbaar een vriendin had. “Ik wil je gewoon waarschuwen, ik wil niet dat je wordt gekwetst”.

G is te lief, maar het was niet nodig. Eerder deze week had ik beslist dat ik op dit moment in mijn leven niet klaar ben voor een relatie. En dat ik mij er dus wat voor wil afschermen. Seks ja, dat zou wel eens mogen, dus zal ik binnenkort wat gezonder beginnen eten en misschien wat sporten zodat ik er op korte termijn appetijtelijk genoeg uitzie om iemand van het andere geslacht aan de haak te slaan. Maar niet voor echt, gewoon voor even.

Waarom zit ik dan een halve dag later nog aan hem te denken? Om iets wat hij mij zei, vannacht, ergens tussen veel te laat en veel te vroeg. Ik was moe en stond dus maar wat halfhartig te heupwiegen op de muziek, in plaats van overenthousiast te shaken (zoals ik een paar uur eerder had gedaan, complimentjes van zijn jongere broer ontlokkend die na het concertje ook in de homobar was beland). “Komaan,” zei hij “je moet je niet inhouden, je moet je laten gaan!” Maar ik was moe, dus ik wilde niet. Ik wilde me alleen laten gaan richting slaap, ik had geen zin meer in dansen en wild doen. En ik laat mij niet commanderen, dus deed ik dat ook niet. Maar na een lange en deugddoende nacht, kan ik niet ontkennen dat hij gelijk heeft. Ik moet mij eens wat meer laten gaan. En niet alleen op vlak van dansen (want dat doe ik dus wel, als ik niet moe ben en hij niet kijkt), gewoon op vlak van alles. Laten we daar eens wat aan werken :-)


Onschuld

30Okt09

En wat dan nog

Als het te laat is

Draai de klok dan terug

Maak het ongedaan

Vergeet het zonder meer

 

En begin opnieuw

Een schone lei

Een leeg wit blad

Een tweede eerste keer.


Mijn gsm trilt. Ik neem op. “Ik sta voor je deur, maar ik kan niet goed zien welk belletje nu weer het jouwe is.” Ik glimlach en ga opendoen. Een paar minuten laten stappen we de avondluwte in, samen met de hond. Drie minuutjes doorwandelen en warmte, sigarettenrook en een aangenaam gezoem van geanimeerde gesprekken overspoelen ons. De kachel brandt, het is lekker warm. We praten over mannen, we lachen met mannen, we drinken op mannen. En plots is het bijna middernacht en haasten we ons terug naar buiten. De koude in, intussen. Ik voel mij goed als ik een half uurtje later tussen de lakens kruip. Gelukkig. Zo’n ongedwongen vriendinnenavondjes, ik zou dat vaker moeten doen. En ik begin een zwakke plek te krijgen voor het cafeetje vooraan in mijn straat. Die kachel heeft bonuspunten opgeleverd :-)


Ik kan mij zelfs niet meer herinneren hoe het gesprek exact op gang is gekomen. Ik zat aan de toog, twee stoeltjes naast mij een man die ik wel ken van ziens – hij heeft één of meerdere paardrijdende kinderen. ‘t Is mij niet echt duidelijk welk(e) kind(eren) bij hem horen. Dat is nu ook niet van belang. Wel van belang is dat hij mij, nog helemaal niet zover in het gesprek, vroeg wat mijn job was. Waarin ik antwoordde dat ik journaliste was.

“Waarom schrijf je geen boek ?” vroeg hij. Goeie vraag. Ik ben al zo vaak aan een boek begonnen, maar na enkele bladzijden geef ik het meestal op. Ik schrijf graag, maar ik verlies me in de taal, ten koste van de structuur. Ik heb er geen idee van of hij begreep wat ik wilde zeggen.

“Je hebt een held nodig”, zei hij toen. “Dat lezen de mensen graag. Een figuur die veel kan en allerlei avonturen beleeft.” Ik riposteerde meteen dat ik niet houd van onmenselijke helden. Een held is goed, maar ik kan niets schrijven wat in mijn ogen compleet ongeloofwaardig is. “En wat dan met James Bond?” zei hij, en ik wist dat hij me daar had. “James Bond heeft ook gadgets en apparaatjes en toestelletjes die niet bestaan - of toch zeker niet konden bestaan in de eerste jaren dat de films verschenen. En hij is goed. Je moet je eigen James Bond maken.”

En toen rinkelde mijn telefoon en tijdens mijn kort gesprek met G rekende hij af en vertrok hij. Mijn eigen James Bond dus. Iets om over na te denken.


Irene

22Okt09

Soms wil ik Irene zijn,

en heel mooi ‘nee’  kunnen zeggen

Zoals in dat liedje van De Mens.

 

Want een mooi nee is eigenlijk een ja

Het kwetst niet

Het kwelt niet

Het ergert niet

Want het is mooi

En ik ben niet bereikbaar voor commentaar.


Crap. Ik vind dit echt veel leuker dan goed voor mij is. Nu ja. Deel 1 vind je hier.

‘Ga. Stap. Volg je collega’s. Plaats je voeten voor elkaar en beweeg.’ Mijn hersenen stuurden aan een razend tempo commando’s naar de rest van mijn lichaam, maar het duurde enkele seconde voor dat de instroom van bevelen oppakte en reageerde. Bijna schoorvoetend liep ik in de richting van ons kantoor. ‘Niet omkijken NIET omkijken’. En ik deed het niet. Althans niet voor ik zeker wist dat zij uit het zicht waren. En toen keek ik natuurlijk wel. Om een lege hal te zien. Om mij af te vragen of het geen fata morgana in het midden van een kille winterse lichtstraat was geweest.

Maar dat was het niet. Ik wist dat het dat niet was. De haartjes in mijn nek gaan nog altijd omhoog staan als ik mij herinner hoe hij zich naar mij toe boog en die zes woordjes in mijn oor fluisterde. Ik hoor het hem nog zo zeggen. Ik krijg klamme handjes en mijn hartslag wordt de hoogte in gekatapulteerd alleen maar bij de gedachte aan die ene zin. Niet alleen de zin natuurlijk. Ook de manier waarop hij die zij. Zelfingenomen als altijd. “Je ziet er goed uit, prinses.” Het was zelfs niet de eerste keer dat hij dat tegen mij zij, maar vijf jaar van scheiding gevolgd door een onverwachte hereniging maakten dat ene zinnetje des te intenser.

Prinses. Waarom noemt hij mij eigenlijk prinses? Het is altijd zo geweest, ik heb het nooit anders geweten. Op een middag groette hij mij met die titel. Ik dacht dat ik het verkeerd verstaan had, maar de dag nadien gebeurde het weer. En nog. En nog. Ik zou eraan gewend moeten zijn. Ik zou er niet zo heftig op mogen reageren. Ook al omdat mijn moeder mij altijd geleerd heeft dat ‘prinses’ geen goed koosnaampje is. Mijn vader noemde haar zo, vroeger, zou ze vertellen. En dat ze zich vereerd voelde. Al een pak minder toen ze erachter kwam dat hij al zijn veroveringen met die term aansprak. En toch. “Prinses.” Elke  keer weer.

*ding* De liftdeuren gaan open en ik bekijk mezelf in de spiegel. Op het moment zie ik vooral verwilderd uit, bedenk ik: ogen opengesperd, pupillen wijd, lippen voller dan normaal en rode vlekjes onderaan mijn nek, altijd een teken van stress bij mij. Maar objectief gezien zie ik er vandaag ook niet slecht uit, bedenk ik. Ik strijk even door mijn haren en draai mij om, gezicht naar de deuren die net op dat ogenblik open gaan. Adem in, adem uit, ffffff. Oké, terug aan het werk. Concentreren. Dit was eenmalig. Ik moet hem niet meer confronteren. Of maximaal nog aan de telefoon, dat kan ik wel aan. Dat moet ik wel aankunnen. Zen.


Kleedjes

20Okt09

Ik heb een kleedjesverslaving. Maar dan echt. Ik kan uren op e-winkels naar foto’s van kleedjes kijken. Kiezen, vergelijken, mij voostellen hoe het prachtstuk mij zou staan… ‘t Is zelfs zo erg aan’t worden dat ik overweeg na het werk naar de New Look te rijden en daar een kleedje te kopen. Gewoon om mij terug wat rustiger te voelen. En ook wel omdat die Britse modelletjes mij allemaal zo geweldig lijken. Mmm, kleedjes :-)