In iets tussen huppelen en lopen in, stak ik het zebrapad over. Enerzijds omdat ik dat wel beleefd vond van mezelf - kijk autobestuurder, ik houd u niet langer op dan nodig! – anderzijds omdat ik mij dood ergerde aan die stomme regen. En aan mezelf.

Want moest ik niet zo’n huishoudelijke ramp zijn, zou ik niet om kwart voor acht op een doordeweekse avond recht van de trein-naar-huis naar de Colruyt moeten hollen, door miezerige, vieze, stomme regen omdat ik maar een halve fles Cola Zero meer in huis had, en niets dat op chips leek.

K kwam langs. Ze had mij – altijd stipt en georganiseerd – daar al een dikke week op voorhand van op de hoogte gebracht. En twintig minuten voor sluitingstijd kwam ik van de trein en besefte ik dat ik haar toch meer moest kunnen aanbieden dan een halve fles Cola Zero met serieus gereduceerde hoeveelheid prik (de tijd laat zijn sporen na).

Dus toog ik na mijn werk naar de supermarkt met als doel: een pak Cola Zero en twee zakjes chips. Nu vind ik de Colruyt de onoverzichtelijkste supermarkt ooit, maar de Cola Zero en de chips weet ik er staan. Zegt ook wel wat over mijn consumptiepatroon. Het had dus een snelle trip kunnen worden. Maar dat is buiten mijn ongeorganiseerde kant gerekend.

Want die ongeorganiseerde kant was er achter gekomen dat het Maria Lichtmis was, en omdat die ongeorganiseerde kant ook erg nostalgisch is, vond ze dat daar pannenkoeken bijhoorden. Omwille van eerder vernoemde gebrek aan huishoudelijke ijver, besloot ik dat zo’n pak prefabpannenkoeken dienst kon doen.

Maar dat was buiten de Colruyt gerekend. Nadat ik alle rekken die enigszins met voeding te maken hadden, had doorkruist, bedacht ik dat zo’n pannenkoeken in de koelkast moeten. En waarschijnlijk dus ook in die koude ruimte achteraan de supermarkt staan. Na drie rondjes door de koelkamer was ik eindelijk succesvol. Ver boven ooghoogte voor iemand van 1m62 vond ik de prefabpannenkoeken. Van het huismerk, dus goedkoop.

Mijn impulsieve kant grabbelde nog een pot witte choco mee onderweg naar de kassa (als we dan toch aan zoetigheid doen, doen we het goed) en zodoende arriveerde ik niet veel later – maar toch redelijk natgeregend – thuis met Cola, chips, pannenkoeken en choco. Die twee laatsten werden geconsumeerd, die twee eerste in de daartoe bestemde opslagplaatsen gestockeerd.

Ik kon zelfs nog een bad nemen en de ergste troep uit de weg ruimen om mijn geordende vriendin toch enigszins appetijtelijk te kunnen ontvangen. Ze bedankte trouwens voor de chipsjes. En had meer zin in iets warm, dus het werd thee (tot nader order wel altijd voorradig). Maar bon, ik had toch weer mijn best gedaan om een goede vriendin te zijn, en ik vind dat ik daar aardig in geslaagd ben.


Beslissing genomen, knoop doorgehakt, bestemming gekozen, ontslag gegeven. Onbekende wereld: hier kom ik!

(later meer…)


“Ik zie je vanavond. Het maakt niet uit waar of  hoe laat. Ik bel als ik gedaan heb met werken en dan kom ik naar waar jij bent.” Dit zei J toen ik haar daarstraks aan de telefoon vertelde dat ik straks naar mijn ouders ga om daar aan te kondigen dat ik misschien “iets in het buitenland” ga doen (en daarvoor mijn job hier opzeg). Au pair, om meer specifiek te zijn. In Engeland. En ik weet dat mijn ma in alle staten gaat zijn en J weet dat ook. En J komt naar mij.

“Gaan we dan nog liften naar Parijs?” was het eerste dat ze vroeg nadat ik het haar had verteld. Ik moest naar waarheid antwoorden dat ik het niet wist, dat het zou afhangen van wanneer ik zou vertrekken. Als ik al zou vertrekken. Omdat ik doodsbang ben van vernieuwing en verandering (maar er tegelijkertijd ook zo naar verlang). Ze klonk een beetje teleurgesteld – terecht – maar ze liet het niet merken. Met een overenthousiast “Natuurlijk!” als antwoord op de vraag of ze mij zou komen bezoeken, liet ze mij aanvoelen dat het oké was. Dat wij oké waren. Dat we altijd oké zullen zijn. Ik zie J graag. Echt.


Het vriest en er ligt sneeuw, maar in mijn hoofd is het nog altijd dertig graden. Net zoals vorige week in Marokko. Een ontspannend weekje trekking in de Anti-Atlas heeft mij de zonnevitamientjes gegeven die ik zo hard nodig had! Nu weer volle bak er tegenaan, maar toch niet zonder vakantie in mijn achterhoofd te hebben.

Het begon al op reis, zoals het altijd begint op groepsreizen. Ondernemende mensen die al zoveel van de wereld gezien hebben, praten over reizen, vakantie, rondtrekken, doen zonder te denken, verre landen en godverlaten stranden (danku Clouseau) en dan begin ik te dromen. En ik zou die droom hebben kunnen compartimentaliseren, ware het niet dat J nog de avond van mijn thuiskomst bij mij kwam aangewaaid.

J heeft net als ik een serieuze relatie achter de rug (inclusief huis) en na wat aanmodderen en interimmen een vast contract op zak. We leiden een voorbeeldleventje, wij allebei, met een mooi evenwicht tussen werk, weekendwerk, sociaal leven en alles wat daartussen zit. En plots bleek dat J hetzelfde wilt als ik. We willen allebei foert zeggen tegen ons perfecte leventje, de rugzak en de tent pakken en voor een paar maanden (of een paar paar paar) op stap gaan.

En daar, gezeten op die zetel met een kom chips tussen ons in, besefte ik plots dat het – als het ooit gaat gebeuren – met haar moet gebeuren. Om alleen in een vreemd continent rond te trekken, ben ik te veel een watje. En de rest van mijn vrienden hebben die drang om de wereld te zien zo niet. J ook niet, dacht ik, maar daarin heb ik mij dus schandelijk vergist. En nu zie ik het plots zo duidelijk. Nu zie ik plots hoe perfect dit zou zijn. Want er is weinig dat wij niet samen hebben meegemaakt, tot een dik half jaar samen wonen toe. Zij heeft mijn ochtendhumeur doorstaan en mijn liefdesverdriet. En ik heb haar vastgehouden in een aantal zware moment in haar leven. We zeggen wat we denken over elkaar. We deelden huis, bad en bed. En nog altijd zien wij elkaar graag.

En ik weet nu: als het moet gebeuren, zal het gebeuren. Eerst de praktische rompslomp uitzoeken, een paar maanden spoedcursus Spaans volgen, een paar afritsbroeken aanschaffen, de rugzak omgespen en weg. Over een klein jaar misschien…


Sneeuw!

18dec09

De mensen die gisteren in die 500 kilometer file stonden, zullen mij waarschijnlijk ongelijk geven, maar al de rest moet toegeven: sneeuw is mooi! En sfeervol. En het maakt de wereld zo rustig, vredig, met gedempte klanken. Jaja, mooi.

En ik kwam gisteren veel te laat thuis en het was al donker en koud, maar het begon stilletjes terug te sneeuwen en Basil en ik zijn gaan ravotten in de sneeuw in het stadspark. En ja mijn schoenen, sokken en broek waren koud en nat, maar oh ik had het voor geen geld van de wereld willen missen. Wat zie ik dat hondje toch graag! En hoe fantastisch fijn aanstekelijk enthousiast is dat mormel toch wel niet. Echt: super!


Kerstsfeer

11dec09

En zo, just like that, werd ik fan van kerstsfeer. Voor het eerst sinds ik in mijn appartement woon, ga ik een kerstboom zetten. Geen grote of geen echte ofzo, maar mijn klein schattig knalrood fake kitscherig kerstboompje. Indertijd gekocht toen ik met D samen was, één keer gezet en sindsdien ligt het ergens op zijn appartement. En nu heb ik gevraagd om het mee te brengen en zal ik het dus in mijn appartement zetten. Mogelijk strooi ik er wat van die glitterkerstfiguurtjes op/rond die ik nog niet zo lang geleden heb gekocht. En kaarsjes natuurlijk, ik heb altijd veel kaarsjes in mijn huis staan en nu gaan ze meer dan ooit branden.

Ik heb mij ook een internetkerstradio gezocht en gevonden (momenteel ga ik voor de deze, maar dat verandert mogelijk nog), en ik zit dus op het werk de hele tijd te wiegen op melige muziek.

Ik word er zelfs softer van! Een paar dagen geleden was ik onderweg naar huis, toen ik moest wachten voor een rood licht. Ik keek naar links, naar een café. Daarbinnen stond een man een verwoed gevecht te leveren met een slinger brandende – maar enorm verwarde – kerstlichtjes. Achter het raam van het café, door het raam van mijn auto. En ik keek, als naar een stille film. En ik moest glimlachen. Zelfs toen ik het licht vanuit mijn ooghoek groen zag worden en de auto voor mij niet vertrok, reageerde ik niet. Ik zag dat het hoofd van de bestuurster ook naar links was gedraaid, naar de man die worstelde met de lampjes. Plots besefte ze waar ze was en ze vertrok gauw. Ik glimlachte en deed hetzelfde. Jaja. Kerstmis.


Spijt

16nov09

Als ik dan toch bezig ben met fluffy pluffy nietszeggende blabla, en onderwijl zelf niks spannend beleef, zullen we nog maar een niemandalletje toevoegen. Niet dat ik denk dat enige bloglezer er iets aan heeft, maar ik moet het ergens kwijt en zo weet ik waar het is :-)

—————————————————————————-

Lachend kwam ze op hem af. Neen, lachend was niet het juiste woord. ‘Stralend’ was beter. Veel uren dansen maakten dat haar voorhoofd een beetje glimde, maar haar oogmakeup was nog perfect en haar lippen glansden. Haar ingewikkelde opsteekkapsel was nog even volmaakt als ’s ochtends, enkel om haar oren krulden een paar losse lokjes. Maar dat maakte het eerder schattig dan slordig.

Ze bewoog elegant op de tiencentimeterhoge hakken, alsof ze rondhuppelde op comfortabele sneakers. Alsof ze nog niet van ’s morgens vroeg op stap was. En haar heupen wiegden onder de zachte, dieppaarse stof van haar knielange jurkje. “Ik doe dit voor onze ouders, niet omdat ik het zo belangrijk vind”, had ze maanden eerder tegen haar toen nog aanstaande gezegd. Ik wil het stadhuis doen, ik wil zelfs de kerk doen, maar God beware mij voor zo’n lange witte jurk of een voile ofzo. Ik ben al lang geen maagd meer.” Hij had gelachen, hoewel misschien een beetje groen, maar hij had haar laten doen. Hij liet haar altijd doen in zo’n gevallen. Omdat hij wist dat hij het toch niet uit haar hoofd zou kunnen praten.

En toen hij haar die ochtend van de trap had kunnen komen in dieppaars gecombineerd met gebruinde blote benen en de subtiele glanzende juwelen, wist hij dat hij er goed aan had gedaan. Ze was perfect, ze was helemaal zij. Dat vond hij ook nog toen hij haar vele verplichtingen later elegant over de dansvloer zag zigzaggen, zich een weg  banend tussen shakende lichamen tot bij de discobar. Hij lachte, draaide zich weer naar de toog en nam een slok van zijn bier. Het was goed zo.

Ze glimlachte terwijl ze over de dansvloer liep. De sfeer zat er goed in, daar hield ze van. Mensen dansten, er werd gelachen en gedronken… het was in niks saai of stijfdeftig. Het was helemaal zoals ze het had gewenst.

“Nummertje vier asjeblief”, en dan zou ik graag hebben dat je met mij komt dansen, zei ze terwijl ze het cd’tje overhandigde aan de dj. “Ik? Met jou dansen?” “Uhuh. Wij dansen nooit, jij staat altijd achter je discobar. Maar deze keer heb ik jou betaald om achter die discobar te staan, ik vind dat ik dan ook het recht heb om jou er even achteruit te halen. Eén liedje maar. Asjeblief?”

En hoe kon hij dat weigeren. Hij stopte de cd in de speler en luisterde even. “Johnny Logan?” Hij grijnsde zelfs. “Ik wist niet dat je een fan was van Johnny Logan.” Nog altijd die grijns. Ze lachte gewoon, keek even vragend en hij zei “Oké.” “Oh, voegde ze er nog aan toe, je moet niet zeggen dat het een verzoekje is of zo, het gewoon spelen is al goed.” Even rommelde hij in zijn cd-bak. “Nog eventjes geduld. Ik moet een andere slow zoeken die er vlak na kan. Je weet dat ik op zijn ouderwets draai hé, altijd twee nummers in hetzelfde genre na elkaar.”

Dus wachtte zij, vlak naast de discobar, terwijl hij nog wat in zijn bakken rommelde, wat met cd’tjes goochelde en uiteindelijk zijn hoofdtelefoon afzette en naar haar lachte.

Don’t – Don’t close your heart to how you feel

Ze stak haar hand uit en leidde hem naar de dansvloer

Dream Don’t be afraid the dream’s not real
Close your eyes Pretend it’s just the two of us again
Make believe This moment’s here to stay

Hij plaatste zijn rechterhand op het smalste deel van haar rug en nam de hare in zijn linkerhand. In stilte dansten ze de eerste zinnen, omgeven door een tiental andere dansende koppels. “En? Gelukkig?” zei hij tegen haar. En plots was haar glimlach weg. Heel even maar. Een niet-aandachtige toeschouwer zou het zelfs niet gemerkt hebben, maar even flitste er een diepe droefnis door haar chocoladebruine ogen. En even snel was de glimlach er terug: “Ik zal gelukkiger zijn als heel dit circus is afgelopen.”

Touch – Touch me the way you used to do
I know Tonight could be all I’ll have with you
From now on You’ll be with someone else instead of me
So tonight Let’s build this memory…

Even wist hij niet wat hij moest zeggen, dus dansten ze in stilte verder. Tot hij besloot het over een andere boeg te gooien en hun conversatie van eerder weer op te pikken. “Maar dus, ik wist niet dat je hield van Johnny Logan.” “Ik vond het liedje wel toepasselijk, en zelf zou jij het nooit gekozen hebben. Dat is alles”, antwoordde ze eenvoudig. En met die woorden liet ze zijn hand los en bracht ze haar beide armen naar zijn schouders – de rechter een beetje hoger dan de linker, haar duim op het randje van zijn witte kraag. Hij kon niet anders dan ook zijn vrije hand op haar onderrug te plaatsen, terwijl er honderden gedachten door zijn hoofd raasden. Ze vond het wel toepasselijk! Ze vond het toepasselijk en hij zou het nooit gekozen hebben. Had hij het dan moeten kiezen? Hij was verward en Johnny Logan begon aan zijn refrein.

and for the last time
Hold me now
Don’t cry
Don’t say a word
Just hold me now
And I Will know though we’re apart
We’ll always be together
Forever in love
What do you say when words are not enough

Dit is niet goed. Dit is helemaal niet goed. Dat was het enige dat hij kon denken terwijl ze haar hoofd tegen zijn schouder legde. Hij voelde allerlei emoties door zijn lijf en zijn hoofd rollen en wist nog nauwelijks aan welke kant van de dansvloer ze zich bevonden… dat ze zich überhaput op een dansvloer bevonden. De dansvloer van haar huwelijksfeest dan nog. Enigszins paniekerig keek hij rond. Haar kersverse echtgenoot stond aan de toog. Hij zag hen wel, maar keek niet echt. En toen voelde hij het. Haar duim streelde zachtjes zijn nek. De haartjes daar gingen even rechtop staan en hij verstijfde lichtjes. Ze richtte haar hoofd op, zodat het niet meer tegen zijn schouder lag en zijn eenvoudigweg. “Sorry.”

Time – Time will be kind once we’re apart
And your tears Tears will have no place in your heart
I wish I – I could say how much I’ll miss you, when you’re gone
All my love For you will go on and on and

Hij wist niet wat hij in haar ogen zag. Verdriet? Spijt? Verlangen? Hij kon haar niet lezen.  Hij had altijd gedacht dat hij toch een redelijk inzicht had in mensen en gedragingen, in zien wat mensen doen en daaruit kunnen afleiden waarom ze het doen, maar hier was hij verloren. “Waarom sorry?” vroeg hij en zijn ogen lieten de hare geen moment los.

“Hij heeft een bedrijf, weet je”, antwoordde ze volledig naast de vraag. “Hij heeft een bedrijf dus is het het makkelijkst als wij getrouwd zijn, dan kan ik ‘meewerkende echtgenote’ of zoiets worden en zijn we met alles in orde. Dat is iets rationeel. Dat begrijp ik. Dat is de reden waarom ik met zoiets irrationeel als een huwelijk heb ingestemd.” Hij wist niet wat hij moest zeggen en zweeg dus, haar met zijn ogen aanmoedigend om verder te gaan. “Ik heb hier geen spijt van, voor het geval je dat zou denken”, vulde ze aan. “Ik heb altijd gedacht dat je spijt kon hebben van dingen die je gedaan hebt. Maar nu weet ik dat dat niet zo is.” Johnny Logan maakte zich op om weer aan zijn refrein te beginnen. Dit was een eurosongliedje, na drie minuten hield het op en ze vroeg zich af of hij stilletjes aan het aftellen was.

Hold me now
Don’t cry
Don’t say a word

“Je kan daarentegen wel spijt hebben van dingen die je NIET gedaan hebt. Ik heb in mijn leven al veel dingen niet gedaan omdat ik er anders spijt van zou krijgen. Nu weet ik dat ik spijt heb van het feit DAT ik het niet gedaan heb. Ik klink waarschijnlijk nogal verward.” Zijn mond was lichtjes gaan openhangen en hij had moeite met ademen. Zij daarentegen leek pas goed op dreef. “Ik ben nuchter.” Ze zei het alsof het een statement was, alsof het iets wilde zeggen. “En jij mag dit gewoon vergeten. Ik wilde gewoon met jou gedanst hebben. Dan heb ik tenminste dát toch gedaan. Dan kan ik daar geen spijt van hebben.”

Hij kon geen woorden vinden. Hij kon zelfs amper bevatten wat ze hem de afgelopen twee en een halve minuut in bedekte termen had gezegd. Hij kon niets anders doen dan zijn ene arm verplaatsen naar haar bovenrug zodat hij haar dichter tegen zich kon aandrukken. Zij gehoorzaamde zonder enige terughoudendheid.

Just hold me now
And try To understand that I hope at last you’ve found
What you’ve been searching for
And though I won’t be there anymore
I will always love you

De muziek begon te verstommen en over de laatste pianonoten begon Prince zijn Purple Rain al te laten vallen. “Mag ik deze dans met mijn bevallige echtgenote?”, hoorde hij vlak naast zijn oor. De vraag was heel open gesteld. Zonder een greintje haat of jaloezie, enkel doorspekt met het lichtdronken geluk van een blij man. “Natuurlijk”, zei hij met een enigszins geforceerde glimlach en hij deed een stapje achteruit. Haar handen bleven net iets te lang op zijn schouders liggen, maar niemand die iets merkte. Hij lachte nog even naar de echtgenoot en draaide zich om. Hij kon niet naar haar kijken, want hij wist dat zij zijn blik zou vangen en hij wilde niet weten hoe onbetamelijk hij dan zou reageren.

En dus ging hij terug naar zijn discobar, schouders een beetje gebogen, maar dat zou je ook gewoon aan de vermoeidheid kunnen wijten. Hij rommelde wat in zijn cd-kisten maar kon zich toen niet meer naar inhouden. Hij keek naar de dansvloer en liet zijn ogen door de massa speuren… tot hij gevangen werd door haar chocoladebruine kijkers. Ze hield hem in de gaten, ze hield hem waarschijnlijk al de hele tijd in de gaten. En ze bleef kijken. En hij wist dat ze gelijk had. Dat je ook spijt kan hebben van iets dat je niet gedaan hebt. En hij kon zich wel voor de kop slaan.

Epiloog

Enkele walsen, swings en wat onnozele groepsdansjes later zag hij plots dat hij een nieuw bericht had op zijn gsm. Hij klikte het open. Van haar, natuurlijk. Nog voor hij het las keek hij de zaal rond, maar hij zag haar niet meteen. Op zijn scherm stond één woord. ‘Nee’. Nee? Wat bedoelde ze met nee? Had ze nu al spijt van wat ze tegen hem gezegd had? Maar dat zou raar zijn in het kader van hun gesprek. Hij fronse en stuurde een even kort antwoord: ‘wat?’. Ze had er blijkbaar op gewacht, want nauwelijks enkele minuten later verscheen er opnieuw een tekstberichtje van haar op zijn scherm. ‘Ik moest je vraag nog beantwoorden. Nee, ik ben niet gelukkig.’ Hij keek weer op en deze keer vond hij haar snel. Haar donkere ogen leken door hem heen te kijken en hij voelde een doffe pijn ergens achter zijn ribben.


Het voorgaande vind je hier.

 

Het is mij nog altijd niet duidelijk hoe ik exact de dag ben doorgekomen. Maar het is mij gelukt. Ik heb zelfs nog flink wat werk verzet, waarschijnlijk onder het motto “hoe harder ik werk, hoe minder ik aan andere dingen denk”. En tegen de tijd dat ik de deur naar mijn appartement opendeed en mijn koele woonkamer binnenstapte, leek ook ikzelf afgekoeld. Leek, want ergens in mijn brandde er nog altijd een vuurtje dat bij elke referentie aan hem hevig opflakkerde. Een man in de krant met dezelfde voornaam, de naam van ons vroeger, gemeenschappelijk werk die per toeval in het nieuws voorbijkwam… alles, alles herinnert me aan hem.

Dan zet je gewoon alles uit, meisje, zei ik tegen mezelf. Ik deed de hond zijn leiband aan, koos een paar comfy sneakers en stapte weer naar buiten. Het was koud maar er was vrij weinig wind en ik wist dat ik het snel warm zou hebben als ik goed doorstapte. De hond deelde blijkbaar mijn mening en we begonnen door de straten te lopen, zonder een duidelijk afgebakend doel. Ik woon hier al enkele jaren maar ik ken mijn weg nog altijd niet goed. Op avonden dat ik mij wil verliezen, zwerf ik gewoon rond in de buurt. Naar links, naar rechts, rechtdoor, weer een paar keer afdraaien… tot ik op een punt kom dat ik herken en waarlangs ik weer naar huis kan lopen.

En vanavond was een perfecte avond om dat te doen. Ik was alleen één ding vergeten. Eén ding, dat ik pas besefte toen het al te laat was. Toen ik mijn handtas zacht voelde trillen. Ik was mijn gsm vergeten uit te zetten. Omdat nieuwsgierigheid nog altijd sterker is dan ikzelf, keek ik dus meteen naar het bericht dat op het schermpje verscheen. Bruusk stopte ik. De hond keek een beetje verongelijkt. “Hey prinses. Fijn om je nog ‘ns gezien te hebben vandaag. Ik hoop dat ik snel weer in je mooie ogen mag kijken. xx”

Ademen meisje, gewoon blijven ademen. Ik draaide me een kwartslag en leunde met mijn rug tegen een anonieme gevel. Diep in- en uitademend sloot ik mijn ogen en probeerde ik mijn ademhaling onder controle te krijgen. Hoe kan het? Hoe kan het dat hij zo’n effect heeft op mij? Zonder dat ik hem echt ken? Zelfs zonder dat hij echt mijn type is?

Ik hoor een zacht gejank aan mijn voeten en de leiband beweegt wat. De hond is het stilzitten beu. Ik kniel even naast hem neer en geef hem een knuffel. “Je hebt gelijk makker, het vrouwtje moet niet zo dramatisch doen. Kom, we gaan naar huis.”


Raar

10nov09

Oké, misschien heb ik gewoon te veel ‘Bones’ gezien, maar vanochtend (ik dommelde even terug in), heb ik een rare droom gehad. Maar echt raar! Ik weet normaal gezien nooit nog waarover ik heb gedroomd, maar nu werd ik heel verrast wakker. In mijn droom was ik bij mijn ouders, het was overdag en ik stond mij op te maken, toen er een vriend van mijn binnenkwam.

Hij kwam naar mij en vroeg mij of het ging, op deze eerste november. En ik zei ja, ja het gaat wel, maar ik voelde wel ergens een steek van emotionele pijn. En toen keek ik naar hem en hij naar mij en ik kon er niks aan doen, maar ik moest mijn ogen neerslaan. En toen stak hij zijn armen uit en trok hij mij tegen zich aan – niet superdicht - in zo een guy hug.

Nu is dat niet het meest rare aan mijn droom, ik ben mij gewoon de hele tijd al aan’t afvragen welke (nare) herinnering ik kan hebben aan een eerste november. Allerheiligen is het niet, daar ben ik zeker van. Zo voelde het ook niet. Het voelde als “het uitmaken met uw lief” ofzo, maar dat kan het niet geweest zijn. Zelfs geen kalverliefje in mijn jonge tienerjaren. Geen eerste november daar.

In mijn hoofd ben ik ook al alle mogelijke situaties met de vriend uit de droom afgegaan, maar ook daar vind ik niks dat refereert aan 1 november. De enige datum dat ik exact kan pinnen is een 21 juli van jaren geleden, en die herinnering is fantastisch. Maar 1 november? Neen, ik weet het niet.

 

(en ja, ik weet wel dat het maar een droom is en dat ik daar niks achter moet zoeken, maar waarom specifiek die datum ??)


Ze vergeet verjaardagen. Ze vergeet afspraken. Ze vergeet dat ze beloofd had te bellen. Ze kan nooit op de afspraak zijn als ik iets wil gaan doen, maar ze gaat er wel van uit dat ik kan als zij iets wilt gaan doen. Ze heeft haar deeltje van de kosten voor water en elektriciteit (voor dat half jaar dat ze bij mij heeft gewoond) nog altijd niet terugbetaald en ze vergeet dat ook pertinent. Maar als ze mij zaterdagnacht - nog voor haar lippen de mijne raken in een zachte afscheidskus – een knuffel geeft, en haar greep op mijn versterkt omdat ze voelt dat ik harder knijp omdat ik het harder nodig heb, dan weet ik dat J een vriendin uit de duizend is.

P.S.: Ik vind knuffel in deze betekenis eigenlijk geen mooi woord. Misschien omdat het mij aan een pluche knuffeldier doet denken? ‘k Weet het niet. Bestaat er in’t Nederlands een ander woord voor het zelfstandig naamwoord van ‘mekaar eens goed vastpakken’?

P.S.2: Ja wij kussen elkaar braaf op de mond ja. Dat is al jaren zo. En daar is niks raar aan binnen onze vriendenkring.