Zoals hier al wel ‘ns verteld, ben ik een verwoed paardenfan. Sinds mijn twaalfde – en dat is intussen al veertien jaar – rijd ik paard. Dan weer wat vaker, dan weer wat minder, maar ik rijd wel altijd paard. De laatste jaren staat die hobby op een lager pitje. Door het werk heb ik minder tijd om te rijden, ik train meestal nog maar één, soms twee paarden per dag, en dat is het dan. Vroeger – in mijn studententijd – trainde ik er gemakkelijk drie per dag. Elke dag. Een mooi wasbordje op mijn buik was het resultaat. Dat, én een gevoel van onoverwinnelijkheid, van macht over zo’n groot en prachtig dier.

Ondertussen ben ik – ik moet dat toegeven – wat ouder geworden. En banger, veel banger. Vroeger vond ik een paard dat niet bokte saai, nu maakt dat mij vooral blij en rustig. Een beetje dan toch, helemaal ontspannen zit ik nooit op een paard. Maar dit neemt allemaal niet weg dat ik het nog altijd heel graag doe, dat ik nog altijd graag rijd, dat ik nog altijd graag op de manège ben: de geur van hooi en paardenzweet opsnuiven. Zalig. En als ik dan op zo’n dag als gisteren op een pony mag die er drie keer na elkaar zijn berijdstertje afgooit waarop zij niet meer durft, en die pony zich vervolgens moeiteloos plooit naar mijn hulpen, zelfs niet probeert te weigeren voor de hindernis, dan ben ik gelukkig. Mijn hart raast in mijn keel, maar ik ben dan zo zo blij! En vanavond ga ik een half uurtje les geven aan een beginnertje, een meisje van acht. Ze hebben mij dat gevraagd op de manège, omdat ze mij daar goed kennen, mij vertrouwen en weten dat ik dat kan. Ook gisteren vastgelegd. Gisteren was een goeie dag voor mij en mijn paardjes.



No Responses Yet to “De paardjes en ik”  

  1. No Comments Yet

Leave a Reply